zondag 3 januari 2016

Het grote kerstverhaal laatste deel: Hazel, Ulle en Bodile

Hallo met Ulle de uil, zei Ulle door de telefoon.
Hij luisterde wat Hazel te vertellen had, af en toe zei hij: ach nee, het is niet waar. 
Ulle zei tegen Hazel: we komen er aan! en hing op. 
Kom Bodile, trek je jas aan, en neem de portemonnee van Hazel uit haar zwarte tasje zei Ulle.

Bodile keek verbaasd, ze wist niet wat er aan de hand was. Maar ze deed wat Ulle haar had gezegd.
Ze deed haar warme winterjas aan en pakte uit het zwarte tasje de portemonnee van Hazel.
Hier is de portemonnee, zei ze tegen Ulle. Hij zei: hou jij het maar goed bij je. Bodile deed de portemonnee in haar binnenzak. Die ging dicht met een rits. Zo kon hij er niet uit vallen.

Samen liepen Ulle en Bodile naar de winkel. Onderweg vertelde Ulle dat Hazel had gebeld. Ze was naar de supermarkt gegaan om wat lekkers te kopen voor Kerstavond en Kerstmis.
Tot haar grote schrik was ze haar portemonnee vergeten. Gelukkig mocht ze van de supermarkt manager opbellen naar Ulle.

Bodile en Ulle waren aangekomen bij de supermarkt. Binnen stond Hazel te wachten bij de servicebalie. Ze hadden haar bon geparkeerd, zodat de caissière verder kon gaan met de wachtrij.
Hazel had van de aardige supermarkt manager een kopje thee gekregen, en van de dame van de broodafdeling een stukje tulband.

Hallo Hazel, zeiden Ulle en Bodile. Hier is je portemonnee, zei Bodile. Ze haalde hem uit haar binnenzak van haar winterjas.
Hazel betaalde de rekening. De supermarkt manager kwam ook nog even kijken en wenste de vriendjes fijne feestdagen.

Hazel, Ulle en Bodile stonden voor de supermarkt. Ze hadden de tas vol boodschappen bij zich.
Het was inmiddels donker geworden en het begon zachtjes te sneeuwen.
Hazel liep een klein stukje, opeens viel ze op de grond, het was glad door de sneeuw.
Bodile en Ulle renden naar haar toe. Gaat het Hazel? vroegen zij. Hazel stond weer op, met haar was niets aan de hand. 
Bodile vroeg: hoe komen we naar huis? Het is zo donker en glad! 
In het bos branden geen straatlantaarns, je zag wel in sommige bomen en huisjes licht branden, maar dat licht was niet genoeg om op de weg te letten.

Plotseling stopte een gouden koets bij de vriendjes. Er stapte een koning uit. Hij vroeg: Kan ik jullie een lift aanbieden? Het is Kerstavond, jullie moeten thuis zijn om de komst van Jezus te vieren!
Bodile, Hazel en Ulle namen het aanbod van de koning aan.
De koning zelf tilde ze in de gouden koets. Hij tilde ook de boodschappentas in de koets.
Ulle gaf het adres door en de koetsier spoorde de paarden aan, zonder zweep. Zachtjes reed de koets door het bos dat door de sneeuw witter werd.

In de koets zat ook een koningin, Ulle vond haar mooi. Hazel en Bodile vonden haar aardig. Ze praatten over koetjes en kalfjes. 
Het was maar een korte rit naar Ulle's boom. De koning hielp de vriendjes en de tas uit de koets.
Hazel, Ulle en Bodile bedankten de koning en de koningin voor de lift. 
De koning stapte de koets weer in en zachtjes reed de koets weer weg.

De vriendjes gingen het huisje binnen. Ulle liep naar de kerstboom, hij zette de lampjes aan.
Bodile stak de waxinelichtje aan in het kerststukje.
En Hazel borg de boodschappen op. Ze maakte ook een warme kop chocolade melk voor iedereen klaar.

Even later zaten de vriendjes  in de gezellige, kleine, knusse kamer van Ulle.
Ze vertelde elkaar hun avonturen en het was een heerlijke en gezellige Kerstavond.

Einde

1 opmerking: