Poppendinsdag: Ulle op sleuteljacht
Sinds de dag dat Ulle de kist had gevonden, vloog hij elke nacht laag tussen de bomen door het bos. Hij wilde graag de sleutel vinden van de kist. Zonder de sleutel ging de kist niet open. Ulle wilde zó graag weten wat erin zit.
De eerste paar dagen kon hij niets zien, want het had gesneeuwd. Het hele sprookjesbos was bedekt met sneeuw. Toen de sneeuw smolt en het gras weer zichtbaar was, keek Ulle zijn ogen uit. Uilen staan er om bekend dat ze goede ogen hadden. Dat moest Ulle bewijzen dat hij ook goede ogen had.
Hij vloog naar het plekje waar hij de kist had gevonden. Daar keek Ulle op de grond achter elk plantje en elke boom of hij een sleutel zag liggen. Omdat het donker was als Ulle op zoek ging moest hij wel een zaklantaarn meenemen. Sleutels glinsterden niet in het donker.
Op een avond vloog Ulle weer door het bos, op zoek naar een sleutel. Hij werd er een beetje somber van. Hij was al dagen bezig met zoeken, maar vond niets. Ulle ging weer zoeken naar de sleutel op de grond. Hij schudde zijn uilenkop, weer niets gevonden.
Ulle ging op een tak zitten in een boom. Want dan kan hij beter nadenken, vindt hij. Hij dacht na waar de sleutel kan zijn. Opeens had Ulle een idee! Hij glimlachte en dacht : waarom heb ik hier niet eerder aangedacht! Ulle vloog weer naar zijn boomhuis en ging lekker slapen. Morgen ging hii weer verder zoeken.



Reacties
Een reactie posten