zaterdag 12 april 2014

Hazel's blog: Bijna Pasen



Ik ben zenuwachtig…. Dit is mijn aller eerste blog. Ik hoop dat jullie het leuk vinden wat ik schrijf.
Vandaag ben ik naar het bos van Ulle gegaan. Daar zijn nu lammetjes en kipjes.
Het was heel gezellig in het bos.




Ik zag dat Esther een vraag voor me had. Namelijk wat mijn favoriete jaargetijden is.
Nou lieve Esther, dat is de lente. In de lente komt alles tot bloei! En dan is mijn grote verre neef er weer!
Ik hoor je afvragen, wie is je grote verre neef dan?  De Paashaas natuurlijk!



Céline vertelde me dat ze ooit een verhaal heeft geschreven over de Paashaas. Dat kan je straks nadat ik klaar ben lezen!
Morgen is hier een feestje. Want André en Célne vieren hun verjaardag! André was op 31 maart jarig en Céline is morgen jarig! Hiep hiep hoera!
Allemaal lekkere hapjes, mmmmmm ik hou er wel van!
Dit was het dan, mijn aller eerste blog. Ik hoop dat ik het goed doe….?
Tot volgende week! Liefs Hazel.


Hier het verhaal:
Blacky en Beauty en de Paashaas

Het was lente in Nederland. Ook in het dorp waar Blacky en Beauty wonen. In de tuin zag Beauty mooie bloemen. Er waren gele, paarse en hier en daar witte bloemen. Blacky vond de bloemen ook mooi, maar hij vond het fijner dat hij nu vaker naar buiten kon. In de winter had het gesneeuwd en geregend.
Het was nat en koud, daarom mochten Blacky en Beauty niet naar buiten. Maar nu het lente is, schijnt de zon wat vaker en is het warmer dan in de winter. 
Blacky en Beauty speelden overdag in de tuin. 's Avonds sliepen ze in huis, vooral op het bed.
Op een avond waren Jasmijn en Thomas niet thuis. Blacky en Beauty waren alleen thuis. Beauty speelde met een speelgoedmuis. Ze verstopte hem onder de bank en liep weg. Plotseling rende ze onder de bank, pakte ze de muis met haar poot en tikte hem weg. Ze speelde zo een hele tijd, todat Blacky haar riep.
"Beauty kom eens kijken! In de tuin loopt een konijn". 
Beauty rende naar Blacky, hij zat op de vensterbank naar de tuin de kijken. Beauty zag het konijn in de tuin lopen. Het konijn had een mandje bij zich. In het mandje lagen gekleurde eieren. Het konijn pakte een gekleurd ei uit de mand en verstopte het ei in het gras. Blacky vond dit vreemd. Wie verstopt er nu eieren? Beauty wist het ook niet, ze vond het raar dat er gekleurde eieren waren. Een ei was toch wit? Het konijn was bijna klaar. Zijn mandje was bijna leeg.
Blacky wilde weten weten wie het konijn was en waarom hij gekleurde eieren verstopte. Hij keek of het raampje niet open stond. Nee die zat dicht. Blacky keek weer naar buiten. Het konijn verstopte zijn laatste ei en ging lang uit op het gras liggen. Snel Beauty zei Blacky kijk boven of er een raam open staat.
Beauty ging kijken maar alle ramen zaten dicht. Beauty rende weer naar beneden. Blacky alle ramen zitten dicht.
Het konijn lag nog steeds in het gras. Beauty zei het kattenluikje! We kunnen door het kattenluikje naar buiten.

Blacky rende door het kattenluikje, recht op het konijn af. Het konijn zag een grote zwarte kater op hem af rennen. Hij was bang voor hem, hij pakte zijn mandje en ging er gauw vandoor. Blacky doe nu rustig, hij is bang riep Beauty. Blacky minderde vaart, het konijn keek achterom. Hij zag twee poezen die hem langzaam volgde. Hij was nog steeds bang. Snel verstopte hij zich achter een vuilnisbak.
Blacky en Beauty zagen niet dat het konijn zich had verstopt. Blacky zei nu zijn we hem kwijt, ik zie het konijn niet meer. Beauty zei dat is je eigen schuld, moet je maar niet zo wild op hem af rennen. Ik had wel willen weten waarom hij gekleurde eieren verstopte in het gras zei Blacky. Het konijn achter de vuilnisbak hoorde wat de poezen zeiden. Hij dacht : die poezen zijn nieuwsgierig naar mij, ze willen me niet op eten.  Mijn moeder had ongelijk.
Het konijn kroop langzaam achter de vuilnisbak vandaan. Zoeken jullie mij? vroeg het konijn. Blacky schrok, hij had niet verwacht dat het konijn achter hem stond. Beauty glimlachte naar het konijn. Ik ben geen konijn, maar een haas, zei het konijn. 
Sorry meneer de haas zei Beauty. We wisten het niet. De haas glimlachte en zei dat het niet erg was.
Blacky zei: waarom verstopt je gekleurde eieren, meneer de haas. De haas moest lachten, ik ben geen meneer hoor, zeg maar paashaas. Oke zei Blacky. De paashaas zei: ik wil jullie wel vertellen waarom ik eieren verstop en waarom ze gekleurd zijn, maar hier niet. De vuilnisbak stinkt zo. Blacky en Beauty moesten lachen. Beauty stelde voor om naar de tuin te gaan.
In de tuin stonden stoelen met een zacht kussen, daarop gingen de poezen en de paashaas zitten.
De paashaas vertelde: Mijn moeder vertelde dit verhaal. Zij heeft het weer van haar moeder gehoord, mijn oma. En mijn oma heeft het weer van haar moeder gehoord en zij weer van haar moeder. Vroeger, een hele lange tijd geleden was er een vogel. Deze vogel was erg stout. Hij speelde niet met andere vogels. Hij plaagde ze. De vogel trok stiekem veren uit de andere vogels. Hij at alle wormen op die de moeders brachtten, zodat de kleine vogels geen eten hadden.
Op een avond toen de stoute vogel weer een vogel wilde pesten, kwam er een fee aan. De fee was erg boos op de stoute vogel. Ze betoverde hem. Een keer per jaar veranderde de vogel voor een paar dagen in een haas. Hij moet dan helpen met eieren verven in het hazen dorp. Als alle eieren geverfd zijn, verstopte de vogel-haas deze in de tuinen en rondom de huizen van kinderen die lief zijn geweest. Zodra de kinderen de eieren hadden gevonden, werd de vogel -haas weer terug veranderd in een vogel. Zo ging het elk jaar.
Totdat de vogel-haas een lief haasje vond. Hij kreeg met haar kinderen, het waren gewone hazen. De fee zag dat hij zijn leven had verbeterd en lief was voor zijn hazen kinderen. De fee beloonde hem daarvoor. Een van zijn kinderen werd de haas die op paas-avond eieren mocht verstoppen. De paashaas. De fee gaf de paashaas een gouden vacht, die in het maanlicht te zien was. Ze zorgde er ook voor dat de paashaas heel hard kon rennen. De paashaas was onzichtbaar voor de mensen maar voor de dieren niet. De vogel-haas mocht kiezen: voor altijd vogel zijn of haas. Hij koos voor altijd haas te zijn. Hij hield veel van zijn kinderen. Mijn vader was ook de paashaas geweest, totdat hij op een dag in een doorn stapte. Hij kreeg toen pijn in zijn poot en kon er niet meer goed op lopen. 
Ik mocht toen mijn vader helpen met eieren verven en verstoppen. Mijn vader zag dat ik dat zo goed kon, dat hij op een avond zei: ga maar alleen, je kan het!. Vanaf toen, ben ik de paashaas geworden.
Blacky was stil van dit verhaal. Beauty vroeg: waarom zijn er gekleurde eieren? een ei is toch wit. De paashaas lachte, ja de eieren zijn wit als wij die bij de kippen halen. Maar mijn broertjes en zusjes verven deze in mooie lente kleuren. De eieren moeten wel makkelijk te vinden zijn in het gras!
Blacky was nieuwsgierig geworden naar het paashazen dorp. Hij vroeg: mag ik mee naar jouw huis? De paashaas schudde zijn kop, nee dat mag niet. Geen enkel dier mag in ons dorp komen. Alleen de dieren die daar wonen. Blacky vond het jammer maar kon het ook begrijpen.
De paashaas keek naar de treurige snuit van Blacky. Weet je wat zei hij. Ik ga een nieuw mandje halen en dan gaan we met zijn drieën deze verstoppen. Blacky en Beauty vonden dat een leuk idee. De paashaas sprong van de stoel en rende heel hard weg. Een paar minuten later kwam hij weer terug met een vol mandje.
Kom Blacky en Beauty, we gaan zei de paashaas. De poezen volgden de paashaas. Ze liepen door het dorp. Gaan we hier eieren verstoppen vroeg Beauty. De paashaas schudde zijn hoofd, nee hier ben ik al geweest.
De paashaas liep naar een boerderij aan het rand van het dorp. Hier gaan we eieren verstoppen zei hij.
Blacky keek naar het mandje met eieren. Hoe moest hij nu eieren verstoppen? Als hij een ei pakte met zijn poten, dan zou hij omvallen. Hij loopt op vier poten. Beauty vond het eng om een ei vast te pakken, straks prikt ze deze nog lek met haar nageltjes. Ze keken de paashaas aan. Hoe moeten wij deze verstoppen vroeg Blacky.
De paashaas lachte. Ik heb een idee. Beauty zoekt een mooi ei uit die ik ga verstoppen. Blacky zoekt een goed verstop plaats en ik verstop het ei. De poezen vonden dit een goed plan. Beauty keek in het mandje. Een mooi geel ei lag daarin. Deze zei ze tegen de paashaas. De paashaas pakte het ei en ging naar Blacky. Blacky had een goed verstop plek gevonden. Achter de grote boom in de tuin. De haas legde het gele ei daar neer. De poezen hielpen de paashaas tot het mandje leeg was. Zo zei de paashaas. Dit is het laatste mandje geweest. Ik ga naar huis. Blacky en Beauty wilden ook naar huis, het was een lange avond geweest. De paashaas bracht hun weer naar de tuin van Jasmijn en Thomas. In het huis brande licht. Onze baasjes zijn thuis zei Blacky. We moeten gauw naar binnen voordat ze ons gaan zoeken. De paashaas zei de poezen welterusten en pakte zijn mand.
De poezen gingen door het kattenluikje naar binnen en zagen in het maanlicht de gouden vacht van de paashaas.
De volgende morgen scheen de zon.
Jasmijn en Thomas gingen in de tuin eieren zoeken. Ze riepen: Blacky en Beauty helpen jullie mee zoeken? Maar de poezen hadden geen zin. Ze hadden genoeg eieren gezien.

Einde

3 opmerkingen:

  1. Ja de lente is ook reuze fin en zal ik jou eens wat verklappen Hazel....hier morgen ook feest want.....ik was de 4e jarig en Berry de 20e dus wij vieren het ook morgen inclusief zon jeeeeej enne leuk je eerste blog kijk nu al uit naar volgende week! X Es

    BeantwoordenVerwijderen
  2. wens je een vrolijk Pasen, en gezellige en feestelijke verjaardagen. zonnige groeten uit Rio, Alice

    BeantwoordenVerwijderen